Eerstejaarsleerlingen

a. Het is duidelijk dat de overgang van het lager onderwijs naar het secundair extra aandacht vraagt. Leerlingen moeten het immers stellen zonder de vaste zekerheid van de onderwijzer(es), die altijd bij hen was. In het secundair onderwijs hebben ze uur na uur een andere leerkracht.

 

b. Bij ons heeft elke klas echter een klassenleraar die in zijn/haar klas wat meer uren geeft, en zo wat dichter bij de leerlingen staat om problemen die er zijn, op te vangen. Daarom is het goed dat de leerlingen weten dat ze zich altijd met hun problemen tot hun klassenleraar kunnen wenden.

 

c. Naast de klassenleraar zijn ook de vakleraars bijzonder begaan met deze overgang. Zij zullen er  vooral in het begin van het schooljaar  voor zorgen dat de leerlingen zich vlug thuis voelen en wegwijs geraken in de werking van de school.

 

d. Reeds na enkele weken worden de ouders uitgenodigd voor een speciale informatieavond waarop directie en leerkrachten de specifieke proble­men van het beginnend secundair onderwijs toelichten en ouders terecht kunnen met hun vragen.